Gemak dient de mens. Wilde je vroeger informatie hebben over subsidies of een autoverzekering, dan moest je meestal een paar dagen wachten tot je de gevraagde brochure in huis had. Met de komst van internet is die wachttijd nihil. Veel brochures zijn nu ook digitaal beschikbaar. Een positieve ontwikkeling, mits de schrijver rekening houdt met een aantal randvoorwaarden.
Veel bedrijven zetten de papieren versie van de brochure in z'n geheel op het internet en denken dat ze er daarmee zijn. Een gemiste kans, want er is niets zo afschrikwekkend als grote lappen tekst op een beeldscherm. Is de tekst op papier al wel in korte tekstblokken ingedeeld, dan is deze nog niet goed leesbaar op het web. De lezer mist immers het overzicht. Hierdoor bestaat het gevaar dat de lezer afhaakt nog voor hij überhaupt begonnen is met lezen.
Maar hoe maakt u een brochure dan wel geschikt voor internet? Wie rekening houdt met drie gouden regels, komt een heel eind:
Wat het taalgebruik voor digitale teksten betreft, gelden veelal de 'normale' regels. Lange zinnen en omslachtige formuleringen zijn nu helemáál taboe. Een actieve, heldere en vooral bondige schrijfstijl wordt juist toegejuicht. Eigenlijk verschilt de digitale brochure slechts op een paar (belangrijke!) punten van haar papieren broertje:
Natuurlijk is het niet alleen maar goud wat er blinkt. Er zitten ook mindere kanten aan een digitale brochure. Lekker bladeren is er bijvoorbeeld niet meer bij. En de lezer moet altijd de computer aanzetten, wil hij de informatie nog eens terug kunnen lezen. Voor de schrijver levert het ook heel wat extra werk op. De boodschap kan dan wel een groter publiek bereiken. Kán, want internet is geen pushmedium. Een brochure wel. Die valt bij je op de mat. Om maar met Johan Cruyff te spreken: 'Elk voordeel heb ze nadeel'.